BEROEPSORGANISATIE VAN
SCHRIJVERS EN VERTALERS





 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Brief VvL aan Minister van OCenW over uitlenen e-boeken
9 juni 2016
In juni 2014 schreef de VvL onderstaande brief aan de Minister van OCenW en de Tweede Kamer. Dit naar aanleiding van een brief die een week eerder door het Nederlands Uitgeversverbond (NUV) werd opgesteld en gestuurd (26 mei 2014), eveneens naar de Minister van OCenW. Het onderwerp van beide brieven is het uitlenen van e-boeken, tevens onderwerp van een geschil tussen de Vereniging Openbare Bibliotheken (VOB) en Stichting Leenrecht (in welke rechtszaak zowel het NUV als Stichting LIRA zijn tussengekomen). De vraag is wat de rol van uitgevers en bibliotheken wordt en of de wettelijke exceptie op het auteursrecht voor uitlenen voor e-boeken kan gelden. De VvL is van mening dat uitlenen van e-boeken in ieder geval kan plaatsvinden, mits auteurs daar schriftelijk toestemming voor hebben gegeven en er een fatsoenlijke vergoeding -ter beoordeling van auteurs zelf- tegenover staat.

Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
T.a.v. mevrouw dr. M. Bussemaker
Postbus 16375 2500 BJ
’S-GRAVENHAGE

Amsterdam, 3 juni 2014

Betreft: Wet Stelsel Openbare Bibliotheekvoorzieningen

In reacties zowel uit de Kamer als uit het veld heeft de Vereniging van Letterkundigen (VvL), de belangenvereniging van schrijvers en vertalers, afgeleid dat de intentie en boodschap die de VvL in de brief van 26 mei aan de Minister, mevrouw dr. M. Bussemaker, met als afzender de VvL en het NUV (Nederlands Uitgeversverbond) trachtte te verwoorden niet helder is overgekomen. De VvL vindt het belangrijk dat er geen misverstand ontstaat over haar positie in de discussie die na de behandeling van het wetsvoorstel Stelsel openbare bibliotheekvoorzieningen in de Tweede kamer op 19 mei jl. ontstond.

De VvL maakt zich ongerust over de negatieve perceptie op het auteursrecht zoals die doorklonk in de betogen van een aantal Kamerleden tijdens de behandeling van genoemd wetsvoorstel. Deze verontrusting wilde de VvL met de brief overbrengen. Het auteursrecht is een belangrijk recht; het garandeert de intellectuele eigendom van auteurs en vertalers op de voortbrengselen van hun arbeid en daarmee de mogelijkheid om wat ze zelf hebben gemaakt te exploiteren in het economisch verkeer.

Er wordt al te vaak in de media de suggestie gewekt dat alle zogenaamde digitale content en/of informatie gratis beschikbaar zou moeten zijn en dat de eis van een vergoeding voor het gebruik daarvan aan rechthebbenden van inhaligheid getuigt. Als ook de Kamer het auteursrecht als een hinderlijke omstandigheid beschouwt voor het regelen van een goede openbare bibliotheekvoorziening dan wordt ons inziens een verkeerd signaal afgegeven, waar auteurs de dupe van zijn.

De VvL kan zich goed voorstellen dat er op termijn een specifieke leenrecht-exceptie voor e-books binnen de Auteurswet geformuleerd wordt. Dit speelt echter pas zodra dit na wijziging van Europese regelgeving nationaal kan worden geregeld. Dit is op dit moment niet aan de orde. Schrijvers en vertalers, leden van de VvL, vinden op dit moment de mogelijkheden tot verhuur en tijdelijke uitleen, downloads en streaming van e-books de moeite van het onderzoeken waard. De VvL ziet graag in constructief overleg tussen alle betrokkenen afspraken en regelgeving ontstaan die de beroepsuitoefening van de auteur, de beschikbaarheid van het boek, de leesbevordering en een faire exploitatie van het auteursrecht ten goede komen.

We zijn uiteraard graag bereid tot een nader gesprek, mocht u dat wensen.

Met vriendelijke groet,
Jan Baeke, voorzitter Vereniging van Letterkundigen

cc. Vaste Commissie OCenW
 

< vorige
Algemene ledenvergadering 18 juni 2016
volgende >
Shortlist Europese Literatuurprijs bekend




 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
login