BEROEPSORGANISATIE VAN
SCHRIJVERS EN VERTALERS





 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Juryrapport Vertaalengel en Vertaalduivel 2016
9 maart 2016
De Vertaalengel en de Vertaalduivel zijn trofeeën die jaarlijks namens de Werkgroep Literair Vertalers van de Vereniging van Letterkundigen (VvL) worden uitgereikt. De Vertaalengel eert personen of instanties die zich verdienstelijk hebben gemaakt voor het vertaalvak, voor de kwaliteit van vertaald werk of voor de positie van de vertaler. De Vertaalduivel heeft vooral een speels en prikkelend karakter en is bedoeld als uitnodiging om iets te doen of na te laten in het belang van het vertaalvak en/of de vertaler.De jury – bestaande uit Hero Hokwerda, Elly Schippers en Rob van der Veer – heeft dit jaar een keuze gemaakt die enigszins afwijkt van het normale patroon: in 2016 gaat zowel de Vertaalengel als de Vertaalduivel naar Marco Kamphuis, recensent van NRC Handelsblad.
© © ontwerp Alya Hessy; foto: Cheryl Schurgers
Op 12 juni 2015 stond er in NRC Handelsblad een recensie van de kort daarvoor verschenen roman Swanns kant op, vertaald door Martin de Haan en Rokus Hofstede, twee vertalers die bekendstaan om de gedegen manier waarop ze hun werk aanpakken en verantwoorden. De recensie bestond voor de helft uit opmerkingen over de vertaling, die ‘knap’ werd genoemd, maar ook ontsierd bleek te worden door ‘slordigheden’ en ‘onzorgvuldigheden’, aldus Marco Kamphuis, de schrijver van de recensie. Hij suggereerde dat De Haan en Hofstede niet voldoende gebruik hadden gemaakt van het werk van hun voorgangers Nico Lijsen en Thérèse Cornips. Als ze dat wel hadden gedaan, dan hadden ze de lezer bepaalde ‘slordigheden kunnen besparen’.

Op 18 juni nam NRC Handelsblad een weerwoord van de vertalers op, waarin elk gewraakt voorbeeld uit Kamphuis’ recensie min of meer onderuit werd gehaald. Ook bleek dat de voorbeelden die hij aanhaalde allemaal afkomstig waren uit het begin van de roman, zodat Kamphuis eigenlijk nooit had mogen stellen dat de vertaling niet aan de ‘hoge verwachtingen’ voldeed. Daarvoor zouden een aantal verdere en veelomvattender voorbeelden nodig zijn geweest, waarin op zijn minst de genomen hobbels op zinsniveau aan de orde kwamen. Je kunt Marco Kamphuis dus een zekere gemakzucht verwijten, zeker als je let op de uitgebreide manier waarop De Haan en Hofstede hun vertaalstrategie hebben toegelicht in het nawoord en op hun website. Een kleine Vertaalduivel is hier dan ook op zijn plaats.

In zijn reactie op het weerwoord van De Haan en Hofstede toonde Kamphuis zich sportief. Hij zei er inmiddels overtuigd van te zijn dat, ofschoon een criticus bepaalde vertaalkeuzes niet altijd hoefde toe te juichen, de vertalers ‘uiterst accuraat’ te werk waren gegaan. Hij eindigde zijn reactie door te zeggen dat de slordigheid bij hemzelf lag. Hij gaf dus ruiterlijk toe dat hij zich in bepaalde opzichten had vergaloppeerd, en de jury vindt dat een moedige en nuttige daad, die het verdient in het zonnetje te worden gezet. Moedig omdat er lef voor nodig is om in een grote krant ongelijk te bekennen en nuttig omdat zijn reactie op het weerwoord van de vertalers als nieuwe bijdrage kan dienen aan het denken en spreken over wat vertalen – en het bespreken van vertalingen – eigenlijk is of zou moeten zijn. De hem toebedachte Vertaalduivel heeft hij dus eigenhandig in een Vertaalengel omgezet.
 

< vorige
Ferrari’s in de hemel
volgende >
Thérèse Cornips wilde de lezers naar Proust krijgen, niet andersom




 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
login