BEROEPSORGANISATIE VAN
SCHRIJVERS EN VERTALERS





 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
De belangrijkste zaken uit de wet auteurscontractenrecht
9 maart 2015
Graag informeren wij u over het wetsvoorstel Auteurscontractenrecht. Op 12 februari is het wetsvoorstel Auteurscontractenrecht aanvaard door de Tweede Kamer. De volgende stap is de behandeling van het wetsvoorstel door de Eerste Kamer. Als het voorstel ook door de Eerste Kamer wordt aangenomen, zal de wet waarschijnlijk op 1 juli 2015 in werking treden.

De auteurscontractenwet is een belangrijke steun in de rug van auteurs en uitvoerend kunstenaars. Voor schrijvers en vertalers van literair werk zijn modelcontracten beschikbaar, waardoor tussen schrijvers en vertalers en uitgevers fatsoenlijke afspraken kunnen worden gemaakt. Voor andere schrijfdisciplines (o.m. journalisten, scenarioschrijvers, algemeen boekvertalers) bestaan geen modelcontracten. De contractpraktijk tussen makers en de exploitanten van hun werk (uitgevers en producenten) laat al jaren een verslechtering zien waar het gaat om de positie van de makers.

Als de Auteurscontractenwet in werking is getreden kan de VSenV namens beroepsgroepen collectieve afspraken maken over royaltypercentages en vertaaltarieven met uitgevers en producenten. Met de nieuwe wet kan de VSenV tariefafspraken maken, en die samen met de wederpartij ter goedkeuring voorleggen aan de minister van OCW. De VSenV heeft zich in de afgelopen jaren dan ook met man en macht ingezet om het auteurscontractenrecht een wettelijke basis te geven. Het intensieve lobbytraject heeft zijn vruchten afgeworpen nu het wetsvoorstel door de Tweede Kamer is aanvaard.

Het wetsvoorstel Auteurscontractenrecht wordt wet: wat verandert er in de praktijk?
  • Er wordt een wettelijk recht op een billijke vergoeding vastgelegd voor het verlenen van een exploitatiebevoegdheid voor creatief werk.
  • De minister van OCW kan een billijke vergoeding vaststellen op verzoek van beroepsverenigingen, waarbij makers zijn aangesloten. Dat betekent dat de VSenV tariefafspraken kan maken met exploitanten voor beroepsgroepen, namens de leden die bij ons zijn aangesloten.
  • Voor toekomstige exploitatievormen (die dus nog niet bekend zijn bij het sluiten van de overeenkomst) is de exploitant een aanvullende vergoeding verschuldigd aan de maker.
  • In de wet komt een ‘bestsellerbepaling’. Dit houdt in dat de maker aanspraak kan maken op een aanvullende vergoeding als de oorspronkelijk overeengekomen vergoeding onevenredig is in verhouding tot de opbrengsten.
  • In de wet komt een ‘non ususregel’, wat betekent dat een maker ontbinding van (een deel van) de overeenkomst kan eisen, als de bevoegdheid tot exploitatie niet wordt benut.
  • De maker kan eisen dat onduidelijke of onredelijk lange aanspraken op de exploitatie van toekomstige werken worden vernietigd.
  • Een geschillencommissie kan op verzoek problemen tussen makers en exploitanten op een laagdrempelige manier beslechten. Hiermee wordt beoogd om een stap naar de rechter te verkleinen.
  • Vooral van belang voor journalisten: algemene publicatievoorwaarden gelden niet meer voor exclusieve licenties. De verlening van een exclusieve licentie aan een uitgever moet in de toekomst worden vastgelegd in een akte, die door beide partijen schriftelijk is ondertekend.
  • In de filmparagraaf wordt geregeld dat scenarioschrijvers, regisseurs en hoofdrolspelers naast een billijke vergoeding een aanvullend recht op een proportioneel deel van de exploitatie-opbrengst krijgen, te incasseren en verdelen door Lira. Deze bepaling komt feitelijk neer op een reparatie van de kabelgelden.
 

< vorige
Actievergadering voor vertalers
volgende >
Dr. Elly Jaffé Prijs 2015 voor Hannie Vermeer-Pardoen




 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
login