Bibliotheekbrief

23-08-2011

Afgelopen vrijdag de dertiende verscheen het zoveelste artikel, ditmaal in het Brabants dagblad, over een voorgenomen sluiting van bibliotheken.
De bibliotheken hebben het moeilijk en dat is een understatement. Je zou ook kunnen zeggen, dat financieel gezien de meeste het water aan de ritselende lippen staat en dat in bepaalde gedeelten van het land en in sommige grote(re) steden een regelrechte bibliotheekramp dreigt. Want onze Haagse overheden hanteren niet alleen met verve én kennelijk genoegen de botte bezuinigingsbijl als het rechtstreeks om cultuur gaat. Door gemeenten financieel de duimschroeven aan te draaien kunnen die en in sommige gevallen willen die ook niet anders dan op hun beurt het mes zetten in allerlei gemeentelijke voorzieningen. Niet in de laatste plaats op cultureel terrein. Een keten van bestedingsbeperkingen dus met de zoveelste variant van culturele kaalslag, laten we deze maar de bibliovariant noemen, als resultaat.

Wat gaat die bibliovariant in de praktijk betekenen? De VOB, de Vereniging Openbare Bibliotheken, voorspelt dat binnen afzienbare tijd een derde van het bibliotheekwerk zal gaan verdwijnen. Zo zal in Rotterdam de bibliotheek van 21 naar 6 vestigingen gaan, komen in Amsterdam 5 tot 7 vestigingen van de 28 in het gedrang en in Den Haag 6 of 7 van de 19. Treurige cijfers, maar het kan helaas nog veel erger. Zo blijft in Almere nog maar één filiaal over voor 200.000 inwoners. Dus nu maar hopen dat in het roedel nieuwbenoemde stadsmariniers het gemiddelde IQ toereikend zal wezen om, ik noem maar wat, behulpzaam te zijn bij aanvullend leesonderwijs. En in heel wat landelijke gebieden van Nederland lijkt het in de toekomst al gauw een tocht door de halve provincie te gaan vergen om je favoriete streekroman uit de bibliotheek te kunnen halen.
Daar komt bij dat de bibliotheek voor heel veel dingen staat. Het IFLA/UNESCO Manifest over de Openbare Bibliotheek uit 1994 formuleerde het als volgt: ‘De openbare bibliotheek, de plaatselijke toegangspoort tot kennis, schept een essentiële voorwaarde voor levenslang leren, onafhankelijke besluitvorming en de culturele ontwikkeling van individuen en maatschappelijke groeperingen’. Natuurlijk is onze informatiemaatschappij sindsdien van karakter veranderd. Dat blijkt alleen al uit het feit dat ik zowel het geciteerde manifest als de VOB-prognose gedownload heb van het internet. Maar ondanks of juist ook door dat internet is de belangstelling voor en de vraag naar boeken onveranderd gebleven. Om te kopen maar ook om uit de bibliotheek te lenen. En dat geldt misschien nog wel in het bijzonder voor kinderboeken. Vandaar dat juist kinderboekenschrijvers zich extra ongerust maken over wat hen te wachten staat.
Schrijvers willen gelezen worden. Daarom willen ze natuurlijk graag dat hun boeken worden gekocht, maar minstens zo graag ook dat die worden uitgeleend. Op die manier bereiken zij namelijk nog veel meer mensen. Daarom houden schrijvers van bibliotheken en kan het netwerk van filialen wat hen betreft niet fijnmazig genoeg zijn. Zodat zoveel mogelijk mensen laagdrempelig in staat worden gesteld om kennis te nemen van ‘des schrijvers gedachtegoed’. Met als bijkomend effect, dat de schrijver daar, vanwege het leengeld, soms ook nog wat broodbeleg aan overhoudt.
Als alle kabinetsplannen doorgaan dreigt nu op termijn voor bibliotheekmedewerkers op grote schaal ontslag. En voor veel schrijvers, de mens leeft tenslotte niet bij brood alleen, gaat het in het ergste geval hongerlijden worden. Enfin,  iets wat goed schijnt te helpen tegen de honger is een fijne boswandeling maken. Dus vooruit dan maar: de paden op, de lanen in… Dat wil zeggen zolang ook dát nog kan. Want het huidige kabinet lijkt bijna net zo’n hekel aan natuur als aan cultuur te hebben.

Jan Boerstoel
Voorzitter Vereniging van Letterkundigen (VvL)

 « Terug