- voor hardbacks en paperbacks 0,8% royalty vanaf 5000 exemplaren, niet verrekenbaar met het eenmalige vertaalhonorarium
- voor boeken die direct als pocket worden uitgegeven: idem, maar dan 0,4%
- gebruikelijke vertaalhonorarium wordt als billijk ervaren
- 50% van de netto-opbrengst bij nevenrechten (net als bij ons het geval is; dwz 50% van het bedrag dat de uitgever overhoudt na aftrek van alle kosten en van het auteursaandeel)
De rechter schijnt twee mogelijkheden te hebben overwogen: een met het vertaalhonorarium te verrekenen royalty van 2% (die dus pas iets oplevert als het bedrag van het eenmalige vertaalhonorarium is ingehaald), of de gekozen oplossing van een veel lagere, maar niet verrekenbare royalty.
De Duitse vertalersvereniging VdÜ reageert gematigd positief op de uitspraak. Voor de nevenrechten is die vrij gunstig, want veel uitgeverijen geven zelf geen pockets uit en verkopen daarvoor de rechten aan andere uitgeverijen, daarvoor gaat dus die 50%-regeling gelden. Maar als de uitgeverij de pocket in eigen beheer uitgeeft, is de royalty weer vrij laag. Voor wie het interesseert is hier het persbericht van de VdÜ:
www.ceatl.eu/docs/PM_BGH-Urteil.pdf.
Voor Nederland heeft deze uitspraak natuurlijk geen directe consequenties. Wel is interessant dat wij met onze royaltypercentages flink boven de percentages van de Duitse rechter zitten. Dat betekent niet dat onze percentages méér dan redelijk zijn, de oplagen zijn bij ons namelijk veel kleiner en het Duitse paginatarief ligt voor bellettrie ook hoger dan bij ons.
« Terug