De booming business van de boekverfilming

01-02-2009

‘Was het boek beter dan de film? Of andersom? Of is dat appels met peren vergelijken? ‘

Ongeveer een op de drie speelfilms is momenteel gebaseerd op een boek! Hoogste tijd voor een verkenning van het terrein. Zowel voor schrijvers als scenaristen. Vandaar de combi-bijeenkomst van de Werkgroep Prozaschrijvers en het Netwerk Scenarioschrijvers.

Vanwege de (verwachte) dubbele opkomst, werd voor een locatie elders gekozen:
De vijfde verdieping van Pakhuis de Zwijger aan de Piet Heinkade, vlakbij A’dam CS. Het schitterende uitzicht kregen we er gratis bij.

Als sprekers hadden we onder meer Joyce Roodnat (recensent), Marieke van de Pol (scenarist) Edwin van Meurs (producent), Ernie Tee (scripeditor) en last but not least, Tessa de Loo kunnen strikken. Wat de laatste betreft: pas dit najaar werd bekend dat haar boek ‘Isabelle’ verfilmd zou worden, eveneens door het duo Marieke van de Pol en Ben Sombogaert die van De Tweeling een succes hebben gemaakt. Dat maakte de discussie op deze zaterdagmiddag des te actueler en levendiger.

Er werd gesproken naar aanleiding van filmfragmenten (Die Blechtrommel en De Tweeling) en allengs werd duidelijk, hoe onvergelijkbaar een boek en een film feitelijk zijn, zelfs bij een boekverfilming. Joyce Roodnat vond bijvoorbeeld de recente film ‘Brief aan de Koning’ die zich weliswaar braaf aan het boek gehouden had, juist op die reden niet geslaagd, want saai. Boek en film met elkaar vergelijken moet je feitelijk niet doen, al gebeurt het toch.

Het medium film kent andere wetten dan een boek. Neem alleen al de factor tijd:
Voor het lezen van De Tweeling heb je zo’n twaalf uur nodig, de film moet het met pakweg twee uur doen. De scenarioschrijver maakt dus keuzes en creëert daarmee iets nieuws. Dat kan buitengewoon lastig en pijnlijk zijn voor de auteur, wat Tessa de Loo ook duidelijk te kennen gaf. Want laten we wel wezen: aan de basis van de film stond wel haar verhaal!

Marieke van de Pol drukte het tijdens de borrel plastisch uit: ‘Een boek is natuurlijk toch het geesteskind van de auteur. En dan kom ik en draai er een armpje af, zet het hoofdje scheef en zeg dat de voetjes toch ook anders moeten. Dat doet pijn.’ Ze benadrukte tijdens haar voordracht dat het bij De Tweeling ging om een publieksfilm. Dat is iets anders dan een lange tv-serie zoals Heimat waar alle karakters breed uitgesponnen worden en de diverse verhaallijnen de tijd krijgen zich te ontwikkelen. Een boek als De Tweeling had zich daartoe geleend, maar dan heb je het over geld. Veel geld. Kun je als auteur achter je bureau gaan zitten en een eigen universum creëren….de scenarist heeft te maken met vele belanghebbenden die ‘in je nek hijgen’. En dat jaren lang.

Waarbij niet alleen voortdurend ook zijn of haar ‘darlings gekilled’ worden maar op diverse momenten het hele project afgeblazen kan worden. Ook daar vallen akelige verhalen over te vertellen. Zowel over projecten die van meet af aan niet van de grond komen als films waarbij de auteur achteraf een rechtszaak begint.

Een heel ander onderwerp, vooral voor schrijvers interessant, kwam ook nog aan de orde: hoe kan een schrijver bewerkstelligen dat zijn of haar boek belangstelling trekt van een filmproducent. Duidelijk werd, dat met het oog hierop, uitgevers actiever zouden moeten zijn.

Bijvoorbeeld met een speciaal overzicht van pas verschenen boeken, toegesneden op mogelijke belangstelling van een filmproducent. Uitgevers blijken op dit punt vaak nauwelijks een beleid te hebben. Ze sturen soms boeken op en zien wel wat er komt. Jammer dat de zaal niet stampvol zat met schrijvers, scenaristen, en producenten én uitgevers. Want ook zíj hebben belangen bij boekverfilmingen. Meer dan ze denken!

Erna Gianotten, werkgroep prozaschrijvers. 
Bijeenkomst georganiseerd door de Werkgroep Prozaschrijvers en het Netwerk Scenarioschrijvers op 29 november 2008.

 « Terug